Ester
- Geslacht:
- Vrouw
- Leeftijd:
- 55 jaar
- Datum interview:
- woensdag, 2 augustus, 2023
Achtergrond:
Ester is 55 jaar en woont in een klein dorp in Nederland. Daar is zij omringd door mooie natuur. Ze woont samen met haar man. Hun twee volwassen kinderen wonen op kamers, elders in het land. Ze heeft een roman geschreven over haar ervaringen met psychische ontregeling. In de toekomst hoopt ze nog meer boeken te kunnen schrijven.
In het jaar 2001 werd Ester gedwongen opgenomen in de psychiatrie. Dat was een klein jaar na de geboorte van haar zoon. In deze periode had zij haar eerste psychotische ervaringen.
Korte samenvatting:
Ester kreeg in het jaar 1992 verkering met haar man. Het bleek al gauw, dat zij samen de wereld aankunnen.
Ze is een zorgzaam en gevoelig persoon. Dat matcht goed met zijn humoristische aard. In het jaar 1997 werd hun dochter geboren. Dat was een gelukkige tijd. In het jaar daarop - 1998 - kreeg Ester last van een ontregelde schildklier. In die tijd werkte zij ook als psychiatrisch verpleegkundige. Ester herstelde goed met hulp van medicijnen. Ze genoten op en top van hun kleine meisje.
In het jaar 2000 was Ester in verwachting van haar zoon. Ook dit was een gelukkige tijd. Hoewel de bevalling heel goed ging, ging het daarna met Ester helemaal niet goed.
Ze beschrijft dat ze 'dronken van geluk' was, maar het leek wel alsof ze hierdoor niet echt meer kon aarden. In het voorjaar van 2001 raakte haar schildklier weer ontregeld. In juli van dat jaar stortte Ester in. Ze had last van depressiviteit en paniekaanvallen.
Ester ging tegen haar wil het antidepressivum Mirtazapine slikken. Dit middel wordt aan jongeren beneden de 18 jaar afgeraden, vanwege een toenemende kans op suïcide. Het lijkt aannemelijk dat Ester ook last had van die bijwerking, omdat zij een aantal suïcidepogingen heeft ondernomen. In augustus 2001 had Ester haar eerste ervaring, die leek op een psychose. Ze herkende dit van haar werk als psychiatrisch verpleegkundige. Ester werd overweldigd door de angst dat de mensen in een strandtent overspoeld zouden worden door de golven van de zee. Ester ontwikkelde dwanggedachtes, en zei dan herhaaldelijk: "We doen net alsof er niets aan de hand is." Ook krabde zij wondjes op haar lichaam open.
Na de vakantie werden de dwanggedachtes erger. Ester ontwikkelde de overtuiging 'dat ze niet meer zou bestaan' . Daarom zou 'alleen dat lichaam nog even verwijderd moeten worden'. Ze was ervan overtuigd dat het beter voor iedereen was dat zij er niet meer zou zijn. Daarom hield zij haar kinderen op afstand.
Uiteindelijk werd Ester opgenomen in verschillende zorginstellingen, waaronder ook gesloten opname. Ze heeft veel steun gekregen van haar man, ouders, schoonouders, familie en vrienden. Haar moeder heeft in die periode veel voor haar kinderen gezorgd. Met hulp van alternatieve genezers is Ester uiteindelijk definitief hersteld. Zij heeft veel verschillende soorten psychofarmaca geslikt. Uiteindelijk mocht zij in het najaar van 2002 stoppen met alle antidepressiva. Haar schildklier bleek weer goed te functioneren. In het jaar 2015 raakte haar schildklier opnieuw ontregeld. Inmiddels is zij goed ingesteld op schildkliermedicatie.
In het jaar 2013 begon Ester met de daadwerkelijke verwerking van haar herinneringen aan de psychische ontregeling. Zij wisselde mails uit met een dierbare vriend, en dat was een geweldige steun voor haar. Uiteindelijjk publiceerde Ester in 2020 een roman over haar ervaringen met psychische ontregeling. Voor haar was dit een doorbraak en overwinning in de verwerking van haar herinneringen.
Heden ten dage werkt Ester met veel plezier als pedagogisch medewerker in de kinderopvang.
Meer
Ester is een zorgzaam en gevoelig persoon. Van jongs af aan is zij begaan met alles en iedereen in de wereld.
Dat matcht goed met de humoristische aard van haar man.
In de jaren '90 werkte zij een aantal jaren als psychiatrisch verpleegkundige op een opname-afdeling.
In het voorjaar van 1992 kreeg Ester verkering met haar man. Hij houdt onvoorwaardelijk veel van haar. Zoveel, dat het haar ontroert als ze erover vertelt.
Ester voelt zich snel geraakt en merkt kleine details in haar omgeving op. Juist vanwege deze eigenschappen was zij goed in haar werk als psychiatrisch verpleegkundige.
In het jaar 1997 beviel zij van een mooie dochter. Dat was één van de mooiste periodes in haar leven. In het jaar 1998 kreeg Ester problemen met haar schildklier: deze werkte veel te snel. Dit leidde o.a. tot gevoelens van manie. Gelukkig knapte ze naar omstandigheden snel op, dankzij een goede begeleiding, een fijne omgeving en haar eigen positieve levensinstelling. Ook met het schildklierprobleem waren het hele gelukkige jaren voor het jonge gezin, met een meisje dat het in alle opzichten geweldig goed deed.
In het jaar 2000 was Ester in verwachting van haar zoon. Net zoals de zwangerschap van haar dochter was dit een heerlijke zwangerschap en waren ze gelukkiger dan ooit. De bevalling ging boven verwachting goed en Ester was overweldigd van geluk, toen haar zoon eenmaal geboren was.
"Ik was zo overladen van liefde...dat was gewoon niet te bevatten. We hadden nu een dochter en een zoon. Het was zo'n groot gevoel van geluk, dat ik het niet aankon: te veel geluk, zo leek het wel. En dat grote gevoel van geluk is er overigens nog steeds. "
Na de geboorte van een kind moet ook de moederkoek nog 'geboren worden', omdat deze haar dienst dan gedaan heeft. Toen Esters moederkoek 'geboren' werd, was het alsof er iets knapte in haar hoofd. Ze voelde heel sterk aan dat het vanaf dat moment niet goed met haar zou gaan.
De eerste dagen na de bevalling voelde zij zich ontheemd en manisch. Daarna zette zij alles op alles om haar omgeving niet te laten merken hoe erg zij er daadwerkelijk toe was. Het lukte haar ongeveer een half jaar om de schijn op te houden. Ook in haar werk als psychiatrisch verpleegkundige leek het een 'geslaagd project' te zijn om de schijn op te houden. Toen in het voorjaar van 2002 bleek dat haar schildklier weer ontregeld was, zette zij alles op alles om er het beste van te maken. Op de achtergrond voelde zij zich echter somber en depressief. In juli 2001 stortte zij in, en kon zij ruim een jaar niet meer voor haar kinderen zorgen.
Tegen haar wil in startte Ester met het antidepressivum Mirtazapine. Dit middel wordt afgeraden aan jongeren onder de 18 jaar, vanwege een verhoogde kans op suïcide. Ondanks de goede bedoelingen van de behandelaars, lijkt het aannemelijk dat dit medicijn bij Ester de verkeerde uitwerking heeft gehad. Ze heeft uiteindelijk een paar forse suïcidepogingen gedaan. Maar het is natuurlijk wel begrijpelijk dat men 'iets wilde doen', omdat zij last had van ernstige paniekaanvallen.
In de nazomer van het jaar 2001 ging Ester met haar man en kinderen kamperen op een eiland in Nederland. Ze sliepen in een tent. Tijdens een strandwandeling kreeg zij het gevoel dat zij letterlijk zweefde. De golven van de zee leken wel de golven van een schilderij. In haar beleving waren deze golven angstaanjagend, en kwamen deze steeds meer het strand op. Ze liep langs een strandtent, waar veel mensen gezellig op terras zaten te kletsen. Ester werd overweldigd door een kakofonie van geluiden. Het voelde als een waarschuwing: alsof Ester al deze mensen moest redden van de opkomende wilde zee. Uiteindelijk rende ze in paniek naar de kampeerplaats, waar haar man met de kinderen bij de tent zat. Ze vloog in zijn armen, op zoek naar beschutting.
Door haar werkervaring als psychiatrisch verpleegkundige dacht Ester deze beleving meteen te herkennen als een psychose. Tegelijkertijd kon ze het geen halt toeroepen: het had haar volledig in de greep. Ook keek ze van een afstand lijdzaam toe hoe ze in één keer in het fuik van dwanggedachtes getrokken werd. Ze wist door haar werk dat dit een beschermingsmechanisme was, maar ook dit kon zij geen halt toeroepen. Vanaf dat moment zou ze ongeveer een klein jaar lang 'in twee werelden' leven.
Ester sprak voortdurend uit: "We doen net alsof er niets aan de hand is." Ze kreeg last van hardnekkige dwanggedachtes. Dat was een bezwering om de angst en agressie eronder te houden. Ze krabde kleine wondjes op haar lichaam open: ook dit was onderdeel van het beschermingsmechanisme. Ze wist wel dat dit alles niet goed voor haar was, dat het er alleen maar erger op zou worden. Maar ze stond volledig schaakmat.
Ondertussen zorgde haar man zo goed mogelijk voor de kinderen, deed hij de boodschappen en kookte hij het eten. 's Avonds, als iedereen op bed lag, zat hij te huilen in de auto. De meest eenvoudige handelingen kreeg Ester niet meer voor elkaar. Als je een psychose hebt, dan heeft de ontregeling van je brein ook zijn weerslag op je functioneren in het dagelijks leven. De meest simpele handelingen krijg je dan niet meer voor elkaar.
Na de vakantie werden de dwanggedachtes steeds erger. Ze werden zo erg, dat Ester dacht dat ze niet meer bestond. Voor haar klopte het niet meer om in deze wereld te zijn. Ze 'moest dood', omdat dit haar ingegeven werd door haar gedachtes. En dat suïcide de enige optie was. Eigenlijk waren die dwanggedachtes inmiddels erger geworden dan de depressie 'an sich'.
Ester kreeg bizarre gedachtens: "Het klopt niet dat mijn lichaam nog in deze wereld is. Ik weet niet hoe ik het moet regelen dat dit lichaam er niet meer zal zijn."
Ze was ervan overtuigd dat het voor iedereen een opluchting zou zijn, als ze er niet meer zou zijn. De kinderen hield zij om die reden bewust op afstand: om hun tegen haarzelf te beschermen. Met deze gedachtengang was haar brein ernstig ziek. En toch lijkt het zo echt, dat ze de neiging heeft het weer te geloven als ze erop terugkijkt.
Ester werd opgenomen in verschillende zorginstellingen, waaronder gesloten afdelingen in de psychiatrie. Daar voelde zij zich eindelijk - naar omstandigheden - veilig. Ze was er wel van overtuigd dat ze haar hele leven opgesloten zou worden in de separeer. En dat ze er nooit meer uit zou komen. Er waren in die tijd fijne gesprekken met de verpleegkundigen op de afdeling. Zij probeerden haar er rustig van te overtuigen dat ze echt niet opgesloten zou worden. Er was een verpleegkundige die haar zo liefdevol recht in de ogen keek, dat ze voor een moment dacht: "Nee, mijn gedachtes kunnen onmogelijk waar zijn, als de anderen zo lief voor mij zijn."
Esters moeder bezocht haar op de afdeling, en in Esters ogen was haar moeder de ideale vrouw, die er altijd voor haar geweest was en die met Esters man voor de kinderen zorgde. Ook haar vader, schoonouders, familieleden en vrienden hebben veel voor Ester en haar gezin gedaan. Ze voelde zich er constant schuldig over. Maar zelf kon ze helemaal niets beginnen.
Esters man had het uiteraard enorm zwaar, maar bleef altijd positief, steunde haar niet-aflatend. Ze belde hem vaak vanuit de gesloten afdeling. Hij vertelde haar dan het verhaal van het bootje: dat bootje staat nu op de scheepswerf, en heeft even pauze nodig. Dan zei hij:
"Je moet de zeilen goed zetten. Als de zeilen goed staan en je hebt een goede wind, dan ga jij varen. Ik ken jou. Dat wat jou nu zo diep de put in trekt, dat trekt jou later juist weer omhoog."
Uiteindelijk is Ester met hulp van alternatieve genezers volledig genezen van depressie en psychose. Zij heeft verschillende psychofarmaca gebruikt. Op haar eigen aandringen mochten deze in het najaar van 2002 definitief gestopt worden. Ze heeft die pillen daarna nooit meer met een vinger aangeraakt. De schildklier bleek weer goed te functioneren. In het jaar 2015 raakte Esters schildklier opnieuw ontregeld. Inmiddels is zij goed ingesteld op de schildkliermedicatie.
De periode van eind 2002 tot begin 2013 beschouwt Ester als de periode van 'wederopbouw'. Het gezin met opgroeiende kinderen en het gewone dagelijks leven: dat stond altijd centraal. Zo liep het en zo wilde Ester het ook. Dat kwam altijd op de eerste plaats. Achteraf gezien ziet ze dat als de beste manier om er in de eerste jaren weer bovenop te komen: goed slapen, goed eten, leuke dingen doen, opgaan in het ritme van de dagelijkse bezigheden als moeder. Extra genieten, omdat alles goed gekomen is.
Jarenlang 'in therapie' was niet aan haar besteed: ze volgde liever nieuwe opleidingen!
In het jaar 2010 zocht Ester tevergeefs naar manieren om haar herinneringen te kunnen verwerken. Hoewel volkomen onterecht, schaamde zij zich voor de periode van psychische ontregeling. Ze was bang dat mensen hierdoor anders naar haar zouden kijken. Ze kreeg van alle kanten begripvolle reacties, maar nooit kon ze echt tot de kern gaan van haar herinneringen. Haar man wijkt nooit van haar zijde, maar voor hem was het ook te confronterend om erover te praten; hij had het immers van heel dichtbij meegemaakt.
Ester had het geluk dat ze via Social Media weer in contact kwam met een hele dierbare vriend van vroeger. Via het mailen met deze vriend kreeg zij het eindelijk voor elkaar om wél tot de kern te komen. Naast het hervatten van de vriendschap, was de ruimte voor het verwerken van haar ervaringen een heel groot cadeau voor Ester.
Het was voor Esters man ook fijn dat het op deze manier mogelijk was. Zo kon hij zelf langzaam groeien naar het moment waarop hij er wel over kon praten. En dat moment kwam in 2020, tegen de tijd dat Ester op het punt stond om haar roman te publiceren!
Esters behoefte om meer over haar ervaringen te gaan praten ging in feite gelijk op met de opkomst van Social Media. Via Social Media kon zij vorm geven aan zelfexpressie. Dit heeft haar leven tot op de dag van vandaag verrijkt. Dankzij de laagdrempeligheid van Social Media durfde ze het uiteindelijk aan om in 2020 een roman te publiceren over haar ervaringen.
Het was wel een spannend moment, waarmee ze haar angsten van lang geleden weer even de baas moest blijven. Maar ze vond een hartverwarmende steun van haar man, de pre-lezers en de redacteur van haar roman. Dat maakte voor haar echt het verschil. Toen ze eenmaal over de drempel van het publiceren heen was, had ze voor het eerst het gevoel dat ze niet meer eenzaam was met de herinneringen aan de psychische ontregeling.
Ester kreeg veel lovende reacties op haar roman. Hierdoor verdween haar gevoel van schaamte. Dat was misschien nog wel de grootste overwinning!
Haar ervaringen met psychose-gevoeligheid wijdt Ester aan haar hoog-sensitiviteit. Juist door een groot empathisch vermogen kun je het gevaar lopen om in een psychose te geraken. Het feit dat ze zo wonderbaarlijk tot genezing kwam, met hulp van de alternatieve genezers: dat wijdt ze aan diezelfde hoog-sensitiviteit. Want als je echt open staat voor verandering, dan kan dat ook in één keer snel gaan. Ook al blijft ze het nog steeds een groot wonder vinden!
Ester hoopt dat mensen met psychotische ervaringen uiteindelijk de erkenning krijgen die ze verdienen.
"Ze zijn van jongs af aan al heel sterk op andere mensen gericht, zorgzaam, zichzelf wegcijferend. Kom hen tegemoet, neem taken over, benadruk dat ze tijd voor zichzelf mogen nemen. In die zin is preventieve zorg bij psychose-gevoelige mensen van groot belang. En dat verdienen ze ook!"
Heden ten dage werkt Ester met veel plezier als pedagogisch medewerker in de kinderopvang. Ze vind het geweldig om het positieve in elk kind te herkennen en erkennen. Voor zichzelf vindt ze het heel fijn om zich omringd te weten met de puurheid en de magische wereld van kinderen. Het verrijkt haar leven enorm.