Ester vergeet een bepaalde verpleegkundige nooit, hij was een normaal mens en deed geen riedeltje

woensdag, 2 augustus, 2023

Maar er was één verpleegkundige en dat zal ik nooit … Die ene man die zal ik nooit van mijn leven vergeten, hij was geweldig. Hij zei tegen mij hé collega, ik zei, ik weet niet waar je het over hebt. Je bent toch mijn collega. Ik zeg, hoe zo dan? Je bent toch ook B-verpleegkundige, je bent toch ook psychiatrisch verpleegkundige. Ik zeg, dat was in een ander leven. Hij zei van, maar een paar maanden geleden was dat nog zo en over een paar maanden ben je dat ook gewoon weer. Ik keek hem aan van, weet je, alsof ik water zag branden. Maar hij had hetzelfde als mijn man. Ik geloof in jou, ik geloof in jou. Op een gegeven moment had hij avonddienst en toen zei hij, Esther, we zouden nog een gesprekje hebben, maar mijn vierde kind is geboren, mijn vierde kind. Ik zeg wow, je vierde kind wow, gefeliciteerd. Dat kon ik dan nog wel, zeker mensen die ik vertrouwde, hij zei, ik kan het niet aan een gesprekje met jou te hebben. Dat is het grootste cadeau wat je maar kunt bedenken. Hij liet zichzelf zien in zijn kwetsbaarheid, het was een normaal mens. Hij deed geen riedeltje. Hij zei, jij bent toch zo bang voor de separeer, ja, ik ben doodsbenauwd voor de separeer. Maar jij weet natuurlijk wel hoe het eruitziet, ja natuurlijk weet ik dat, want jij hebt ook met mensen in de separeer gewerkt. Maar zal je misschien toch een rondleiding geven, het is misschien wel niet een hele leuk uitje, om jou een rondleiding te geven in de separeer, maar wie weet helpt het, maar het hielp. Want doordat wij dus in die separeer naar binnen liepen, daarna ben ik niet meer bang geweest voor de separeer. Misschien is het zo zwart wit niet hoor. Maar het is zo simpel, het is zo simpel en ook het dagelijks leven, niet alleen verpleegkundigen, vraag ernaar, stel vragen, stel jezelf kwetsbaar op. Ik vind het moeilijk om te vragen en toch vraag ik het. Mijn neef ook, hij vond het heel moeilijk om te vragen, ik zag hem slikken, maar hij vroeg het, hij vroeg het. En het gebeurt bijna nooit dat mensen het vragen. En het is eigenlijk zo simpel en het brengt je zo dichterbij. En op een gegeven moment zei hij ook, Esther, je gaat naar de open afdeling. Hij zegt, ik zie je schrikken. Ik zeg, want dan ben jij ook niet meer mijn persoonlijk begeleider. Nee, zei hij, dat klopt, nee. Ik kan je niet altijd aan het handje meenemen. En hij zei letterlijk, dan krijg je vrijheden, dan mag je lekker een boek kopen in de stad, ik kreeg het er Spaans benauwd van. Maar ik zag die liefde in zijn ogen, die betrokkenheid. En ik ben eind 2002 dus nog teruggekomen op die afdeling. Je had daar dus ook de afdelingsassistent, een geweldige vrouw. Zij was daar gewoon voor de huishoudelijke dingen. Maar zij ving iedereen daar op, als het verpleegkundig personeel in het kantoor zat. Zij ging op je inpraten. En dan zei ze Esther, vooruitkijken, vooruit en er was altijd die houding. Als ik al binnenkwam, dan deed ze alleen maar dit. Dus toen kwam ik terug om te vertellen hoe het dan op dat moment ging met mij, dat ik er dus uitgekomen was. Een dikke Surinaamse vrouw, een dikke vette knuffel van haar. En ze zegt, kom maar mee naar het kantoor. En die verpleegkundigen zaten echt allemaal en dat was geen psychose, ze zaten echt allemaal zo te kijken van, huh, hoe kan dit. Maar diezelfde, bewuste verpleegkundige die was op dat moment in de separeer bezig. En toen dacht ik, dat is ook wel weer een hele mooie metafoor, dat hij op dat moment niet in het kantoor was, maar hij was in de separeer. Dus ik wilde hem dolgraag zien. En toen zeiden ze, wacht maar even. Toen dacht ik nee, ik laat het zo ik ga nu. Ik zeg, doe maar de hartelijke groeten.

Ervaringen met

Dementie Diabetes type 2 Nierziekte Zwangerschap en geboorte Mantelzorg en werk Post-COVID-syndroom Menstruatie­verhalen Psychose­gevoeligheid

Wij gebruiken cookies op deze site om uw gebruikerservaring te verbeteren

Klik op "ik ga akkoord" om cookies toe te staan.