Vicky geloofde het verhaal van de sekte dat ze bezeten was
Maar ja, toch overviel het mij. Het overviel mij gewoon en dan, ja, ik kon moeilijk bij mezelf blijven. Moeilijk bij toen was ik weet ik veel, 50 of zo, maar ik kon moeilijk bij mezelf was ik een beetje jong, maar dat maakt niet uit. Maar ik kom. Elke keer schoot ik erin en ik zag ook dat het mijn man veel deed en mijn zoon deed het veel en ik kon niet normaal naar buiten gaan, want toen zag ik die veren weer, want ik moest mijn moeder loslaten. Toen hoorde ik mijn moeder praten tegen me en mijn lichaam verstijfd helemaal. Ik kon niet meer een soort normaal bewegen, ik kon niet meer normaal praten, zo voelde dat ook. Elke keer hoorde ik me dood, je moet dood, dus ik werd gewoon gek in mijn hoofd van toen en dan ga ik ging ook op een gegeven moment ook denken van, zie je wel, ik ben echt gek, ik heb echt demonen in me, dus dan ga ik dat weer geloven. Dus ik moet wel naar de sekte, ik moet wel bevrijding krijgen weer dus het maakte me zo in de war en in de sekte heb ik ook zo. Ze hebben me zo gemanipuleerd dat ik soort dankbaar moest zijn, net zoals Jezus die is geofferd en ik moest dankbaar zijn als ik verkracht werd, dat moest ik zien als een liefdesdaad. Dus in mijn hoofd klopte het niet, maar dan moest ik wel dankbaar zijn en als ik niet dankbaar was, moest ik weer vasten, werd ik weer opgesloten. Dus werd ik weer mishandeld. Dus voor mij, alles ging door mekaar lopen. Dus jij vroeg wat anders, ik weet niet meer wat. Nou, ieder geval en ik, en gelukkig kreeg ik dus die medicatie en ik weet niet precies hoe ze me eruit hadden gekregen of zo wat ze allemaal hebben gezegd, want heel veel ging langs me heen. Mijn man ging wel altijd mee, maar daarna kwam ik toch wel weer rustiger terug en ze lieten mij weten: het is niet raar wat je hebt, je hebt nu echt een zware rand psychose en dit moet gestopt worden en als het niet stopt, mag altijd bellen van 24 uur, van als het echt niet dat ik opgenomen moet worden. Maar ik wilde eigenlijk niet opgenomen worden, want ik wilde niet dat het verleden won. Dus dat stukje had ik ook nog in mij, hè, dus daar ben ik nooit kwijtgeraakt.