Maria
- Geslacht:
- Vrouw
- Leeftijd:
- 46 jaar
- Datum interview:
- vrijdag, 21 april, 2023
Achtergrond
Maria is 46 jaar en woont met haar zoontje in een stad in Nederland. Ze is coördinator van een herstelacademie en geeft trainingen en cursussen op het gebied van herstel en ervaringsdeskundigheid. Daarnaast werkt Maria als zzp-er als trainer, coach en adviseur in zorg en welzijn. Ze is door de jaren heen gediagnosticeerd met borderline persoonlijkheidsstoornis, dissociatieve stoornis, psychotische stoornis, depressieve stoornis en ptss, Inmiddels heeft zij alleen de diagnose ptss en depressie.
Korte samenvatting:
Tijdens haar studie merkte Maria dat het niet goed ging. Ze was erg somber en kon zich slecht concentreren. Ze dronk veel, beschadigde zichzelf en begon stemmen te horen die haar commentaar gaven op wat wel en niet kon. Al vrij snel kreeg ze de diagnose Borderline persoonlijkheidsstoornis, later volgden er meer diagnoses.
Maria werkt fulltime als coördinator van een herstelacademie en als zzp-er en heeft een sterk netwerk om haar heen. ‘Gelukkig ben ik mijn humor nooit verloren’. Maria probeert zich sterk te maken dat mensen met psychotische ervaringen (zichzelf) niet altijd als verward, ziek, problematisch of (onbewust) minderwaardig zien of worden gezien. Dit is belangrijk om te kunnen herstellen.
Meer
Maria heeft een nare jeugd gehad. Ze is mishandeld, seksueel misbruikt en verwaarloost. In die tijd had ze last van warrigheid. Zo raakte ze vaak de tijd kwijt en belandde ze op plekken zonder te weten hoe ze daar gekomen was. Tijdens haar studie SPH in (jaar 1999) merkte Maria dat het niet lekker ging. Ze liep vast in haar leven. Ze praatte hierover met haar omgeving maar die konden haar niet goed helpen.
Ze was steeds somberder, sliep slecht, sneed zichzelf in haar armen en dronk veel. Langzaam begon ze dwingende stemmen te horen die haar vertelden wat wel en niet goed was. Ze was zelf hulpverlener en merkte dat ze hulp moest gaan zoeken. Na doorverwezen te zijn naar een kliniek voor ambulante zorg heeft de psychiater haar gediagnosticeerd met borderline persoonlijkheidsstoornis.
Hoewel Maria graag in gesprek wilde gaan met de arts over de stemmen die ze hoorde was het enige dat zij meekreeg ‘slik de medicatie’. De medicatie werd steeds verder opgehoogd en er kwamen steeds meer pillen bij. De stemmen verdwenen niet.
Nadat de medicatie niet aansloeg en de stemmen niet verdwenen is Maria gestopt met medicijnen slikken. De arts zei dat als ze dat zou doen ze opgenomen zou worden. Dit zorgde ervoor dat Maria angstig thuis zat. Bij iedere ambulance die voorbij reedt dacht ze dat ze opgehaald zou worden. In die tijd had ze geen hulp meer. Alles beter dan terug naar de psychiatrie dacht ze. In deze tijd was ze enorm depressief en heeft ze een jaar binnen gezeten. Ze beschadigde zichzelf en belandde regelmatig op de spoedeisende hulp. Ze kon zich vaak beter voordoen dan de werkelijkheid was waardoor ze nooit de juiste hulp kreeg.
De stemmen gingen niet weg. Die bleven maar opdrachten geven. Na informatie gezocht te hebben kwam Maria bij een lotgenotengroep in een stad in Nederland. Dit was een openbaring. Ze was immers niet de enige die met vergelijkbare problemen kampte. ‘Het Zijn eigenlijk ook allemaal hele normale mensen en uh, en ik kwam ook achter van goh er is ook uit ellende te komen zegmaar dus dat, Dat zij eruit gekomen zijn, misschien gaat mij dat ook wel lukken en dat was mij nooit eigenlijk verteld’. Vrij snel daarna ging ze werken bij een cliëntenorganisatie als ervaringsdeskundige aan de slag te gaan. Hier leerde Maria meer over haar diagnose en begon ze haar klachten steeds beter te begrijpen. Uiteindelijk heeft Maria hulp gekregen van een psychiater die wel naar haar klachten luisterden en haar duidelijke uitleg kon geven. Zo leerde ze dat de klachten verergeren naarmate je leven drukker wordt en je slechter gaat slapen.
Inmiddels merkt Maria dat ze al ver is in haar herstel en spelen psychotische ervaringen in haar leven geen rol meer. Ze woont alleen met haar zoontje en heeft een sterk netwerk om zich heen. ‘Mijn netwerk helpt me om rust momenten te kunnen pakken. Dan zorgt iemand voor mijn zoontje en kan ik even relaxen’
Maria maakt zich sterk om de GGZ te verbeteren. Ze ziet ook in dat er veel obstakels zijn. ‘Zorg is voor iedereen anders. Wat ik fijn vind, vindt een ander weer helemaal niks’. De een wordt fantastisch geholpen door een hulpverlener en de ander vindt hem helemaal niks. Daarnaast is het belangrijk dat mensen haar altijd als Maria zullen blijven zien. Ze is nooit haar humor verloren en zou dat vreselijk vinden. Ze ziet dat veel mensen veranderen als ze de diagnose krijgen. Toch pleit ze ervoor dat mensen met psychotische ervaringen (zichzelf) niet altijd als verward, ziek, problematisch of (onbewust) minderwaardig zien of worden gezien.