Tinus: ‘Mensen van vroeger herkende me weer terug. Maar mijn vriendin die me na deze medicatie had leren kennen dacht: ‘wie is deze gozer?
En toen bleek dat die pillen die ik al die tijd slikte ... Uiteindelijk heb ik maar besloten, ik slik ze maar gewoon en dacht ik, ik slik ze voor de rest van m’n leven, ik kreeg ze via een herhaalrecept. Maar toen bleek in één keer, toen ik weer eens in een psychiatrische afdeling kwam, bleek dat ik die pillen helemaal niet zo lang mag slikken, dat geeft allemaal vreselijke bijwerkingen die misschien ook helemaal nooit meer weggaan. Dus ik moest ervan af. Dus ik was, eindelijk was ik dan al een tijdlang gewoon zo van: oké, dit ben ik, met die pillen, ik ben niet de oude, ik ben een stuk gedempter en beperkter maar oké. En m’n vriendin kende me eigenlijk niet anders dan zo, dan met die medicatie, dus ze dacht: oké, nou dit is 'm. Maar toen kwam ik dus na heel veel gedoe en het ging helemaal niet goed, kwam ik weer eens bij de psychiater en ze zagen dat ik dat slikte en ze hoorden hoe lang ik dat al slikte, en ze zei: maar hoe komt u aan die pillen, dat mag helemaal niet, je mag dat medicijn helemaal niet zo lang gebruiken, dan komen er allemaal bijwerkingen, nee u moet er nu mee stoppen. “O, oké.” Nou, dat ging helemaal niet goed. Dat had ik tien jaar daarvoor ook al geprobeerd om te stoppen, dat moet ik niet doen. O, en ze hadden niks alternatiefs. Maar ik zat bij een compleet verkeerde afdeling, met die verkeerde diagnose bleek later, en via-via-via-via bleek van: nee, je moet eens bij bipolair gaan kijken, je zus heeft het ook, je oma, dit is erfelijk. En toen bleek er een ziekenhuis daarin gespecialiseerd te zijn. Wist ik veel. En daar zeiden ze: o, nee nee, nou dan moet u dit gaan slikken. “O.” En moest ik me daar helemaal op instellen. En dat was wel goed hoor, want dat medicijn slik ik nu nog, lithium, en dat hoop ik de rest van mijn leven te mogen blijven slikken, voor zover m’n nieren en m’n lever dat aankunnen. Maar het bijzondere was, toen ik eindelijk daarop was ingesteld en het werkte en ik gewoon weer vastigheid kreeg en gewoon weer een baan. En toen bleek dat met de lithium mijn bandbreedte veel groter was dan met de antipsychotica die ik daarvoor iets van twaalf jaar had geslikt. Dat was Risperdal. En met Risperdal was ik heel erg gedempt, en dat was mijn vriendin gewend van: nou, zo is [...]. Maar met die lithium zat ik dus meer in een wat ruimere bandbreedte en alle mensen die mij langer kenden, die zeiden: hé dat is weer, dat is weer [...]. O, Tinus. Dat is weer Tinus, dat is 'm weer, hij is weer de oude. Ja, daarvoor zat ik een beetje zo onder zo’n deken en nu kwam ik onder die deken vandaan en had ik veel meer, in de plus en in de min veel meer gevoelsleven, dus veel ruimer. Dus ik vond het zelf ook een verademing. En m’n hele omgeving die mij langer, die mij van daarvoor nog kende zei: hij is er weer, dit is het. Maar m’n vriendin, die dacht van: wie is die gozer, wie is die man? Want die kende me niet zo. Die kende me alleen maar onder die deken. En nu was ik daaronderuit. Die moest daar weer helemaal opnieuw aan wennen en zich helemaal op inschakelen van ... Dat was echt wel een hele spannende periode van in hoeverre ze hier ... Ja, dat hadden we ook niet zien aankomen. Echt bizar. Ja.