Monique had het gevoel niet goed ondersteund te worden
En toen kwam de crisisdienst en toen kon ik ook best heel goed vertellen wat er aan de hand was voor een deel, maar ik vertoonde ook vreemd gedrag, waarvan ik trouwens vond dat ze dat raar interpreteerde of dat ze niet echt zagen hoe, ja, wat er aan de hand was.
Nou ja, ze zagen wel dat wat er aan de hand was, want er was gewoon een psychose aan de hand. Maar waar ik aan denk is dat dat ik in die toestand iets zei over ik wil niet. Ik weet nog heel goed hoe dat ik zei van ik wil niet het duister in en volgens mij ging dat dus over. Ik heb een soort van rand, psychose ik heb psychotische verschijnselen en ik wil daar niet helemaal in wegzinken zodat ik niet meer de band met realiteit hou. Dus ik zei tegen die hulpverleners ik moet de naam van mijn zoon blijven herhalen en ik deed vreemde dingen die zij vreemd vonden die zijn ook vreemd. Ik ging bijvoorbeeld een touwtje om mijn vinger heen wikkelen en dat vonden ze eng en gevaarlijk, en dat snap ik. Maar voor mij was het een manier om bij de realiteit te blijven, om m'n lijf, mijn vingers te voelen, om te blijven denken. Ik ben hier met mijn kind en ik wil niet. Nou ja, ik noemde het altijd duister in, maar ik bedoelde die psychose in verdwijnen en de contact met de realiteit helemaal verliezen. En ik had het gevoel dat dat niet goed opgepakt werd. En dat nou ja, later las ik in het verslag stond eigenlijk maar een paar regels. Ter stond: weet het verschil tussen licht en duister niet? Ja, dat vond ik geen goeie, ja, dus ze snapten natuurlijk prima wat er aan de hand was, maar ik had zelf achteraf dacht ik van nou ja, als ze me hadden ondersteund om bij de realiteit te blijven, dan was misschien die rand, psychose ja ook weer uit. Ja, hoe noem je dat uit?